Er wordt geschoten in onze straten en op een politiekantoor, kinderen verdienen op een productieve dag meer dan hun ouders in een maand, gevangenissen puilen uit, criminele kartels scheppen geld met bulldozers, de hulpverlening wordt ondergefinancierd als ze al niet opgenomen is in de justitiële aanpak, de kans dat mensen met een verslavingsproblematiek in de gevangenis belanden is bijna groter dan dat ze in de hulpverlening terecht komen.
En het gaat van kwaad naar erger ondanks – wat mij betreft veeleer dankzij – de war on drugs.
Vooreerst: drugs – om ’t even welke – zijn niet goed voor de mens maar sinds de homo sapiens worden ze gebruikt/geslikt/gerookt/gedronken/gespoten/gesnoven. In de meeste gevallen houden mensen (en hun omgeving) dit onder controle. In een weinig aantal andere gevallen verliezen mensen de trappers en worden ze het best geholpen/gesteund/begeleid.
Rond alcohol, tabak en medicijnen – de gelegaliseerde drugs – hebben we een goed uitgewerkt en functionerend beleid en voeren discussies, soms volwassen en beargumenteerd maar vaak ook hilarisch en geëmotioneerd. Er is er nu eentje lopend over waarschuwingen op flesjes bier.
Alle andere drugs werden illegaal gemaakt, of zo beschouwd, met als gevolg dat je ze enkel kan verbieden en dat verbod handhaven. Op zich zijn die drugs niet schadelijker dan de ‘legale’, au contraire (onderzoek van David Nutt en Jean-François Crépault) alcohol en tabak winnen met lengten voorsprong op de rest.
In 1933 deed de president van de USA dezelfde vaststelling als wij nu doen, als we durven kijken tenminste, over de Prohibition, de drooglegging, het verbod op alcohol dat in 1920 was ingesteld. Ondanks de goeie bedoelingen – men wou alcoholverslavingen bannen – bleek het nogal snel de perfecte potgrond voor de georganiseerde misdaad te zijn: toename van geweld en niet alleen tussen de clans maar ook naar politie en overheid, ontwrichtte gezinnen en gemeenschappen, omkoperij en chantage van overheidspersoneel, gigantische ‘zwarte’ inkomsten, hoge gezondheidsrisico’s door een ongereglementeerde productie. Roosevelt concludeerde dat het gevoerde beleid contraproductief was en verwees het naar de prullenmand. In plaats daarvan werd een beleid uitgetekend vertrekkend vanuit welzijn en volksgezondheid met een flinke poot in preventie en curatie zonder repressie. Het werkte, net zoals het bij ons werkt en dit is uiteraard geen synoniem van: geen enkel probleem. Er zullen altijd uitdagingen zijn – zowel op individueel als maatschappelijk vlak – met genots- en roesmiddelen maar die kunnen aangepakt worden zonder te criminaliseren.
Toen Nixon, een andere USA president begin de jaren zeventig van vorige eeuw zijn ‘war on drugs’ lanceerde viseerde hij niet zozeer de producten maar wel gemeenschappen waar hij geen vat op had. Zijn adviseur Ehrlichman bekende in 2016: “De Nixon-campagne in 1968, en de regering-Nixon daarna, hadden twee vijanden: de anti-oorlogslinksen en zwarte mensen. Snapt u wat ik zeg? We wisten dat we het niet illegaal konden maken om tegen de oorlog of zwart te zijn, maar door het publiek de hippies met marihuana en zwarten met heroïne te laten associëren, en dat vervolgens zwaar te criminaliseren, konden we die gemeenschappen ontwrichten.”
Het is dan ook verwonderlijk dat dit historisch besef aangevuld met hedendaags onderzoek niet eens overwogen wordt en dat onze politici – op elk niveau – en intussen ook een groot deel van het middenveld en de media zich openlijk scharen achter de Nixon-doctrine en weigeren na te denken over het Roosevelt beleid.
Smart on Drugs is een burgerbeweging van gebruikers, hulpverleners en professoren die het geweer van schouder willen veranderen, iedereen is welkom.
Joost Bonte, straathoekwerker op rust en lid van Smart on Drugs