Drugs in onze samenleving is een gevoelige én ingewikkelde kwestie waar terecht vragen over (moeten) gesteld worden. SMART on Drugs wil aan de slag met deze vragen, het debat aanwakkeren en burgers informeren op basis van wetenschappelijke inzichten en praktijkkennis.

Stelt u zich ook vragen? Dan bent u op de juiste plaats!  

Jouw vraag niet gevonden of werd ze onvoldoende beantwoord?

Mail ons

Ethisch

Waarom zouden mensen (geen) drugs mogen gebruiken?

Dit is vooral een ethische vraag, maar daarom niet minder belangrijk om ze te stellen, zeker als beginvraag. Alcohol en tabak zijn schadelijke en verslavende producten, maar we mogen ze consumeren. Parachutespringen, paardrijden, autorijden en skiën zijn mogelijks ook gevaarlijke of risicovolle activiteiten, maar ze zijn wel toegelaten. Er zijn veel risicovolle en potentieel verslavende gedragingen die mensen kunnen en ook daadwerkelijk ondernemen zonder dat ze het risico lopen om bestraft te worden. Waarom mogen mensen dan geen drugs gebruiken, vooral als dat gebeurt in een wettelijk kader waarin de samenstelling en de kwaliteit van de producten streng zouden gecontroleerd worden? De vraag kan ook omgedraaid worden: mensen gebruiken sowieso drugs, verboden of niet, dus hoe gaan we daar mee om?

Drugbeleid

Is drugbezit en druggebruik verbieden de beste optie?

Neen, naar onze mening niet. Drugs worden als sinds mensenheugenis gebruikt en ze zullen altijd een deel van onze samenleving vormen. Ze worden gebruikt als ontspanning, (zelf)medicatie of om prestaties te bevorderen. Door het verbod dat we al tientallen jaren handhaven, is het druggebruik niet gedaald of minder schadelijk geworden, integendeel. Hoe we als samenleving met druggebruik moeten omgaan, is geen makkelijke kwestie en er bestaat geen allesomvattende oplossing. Wat we wel weten uit verschillende wetenschappelijke studies, is dat het experiment van de criminalisering van druggebruik gefaald heeft en meer problemen creëert dan het verhelpt. Het is tijd om de denkoefening te maken en een ander drugbeleid te onderzoeken, en andere benaderingen uit te testen en te verfijnen, waarbij de veelzijdige realiteit van druggebruik wordt erkend. Er bestaan wel degelijk betere opties.

Wat is het verschil tussen ‘legaliseren’ en ‘reguleren’?

Het is belangrijk om goed te begrijpen wat het verschil is tussen legalisering en regulering. Legalisering betekent dat iets uit het strafrecht wordt gehaald, bijvoorbeeld het bezit van drugs voor persoonlijk gebruik. Hierdoor worden mensen niet meer vervolgd en gestraft, maar de productie van en de handel in drugs blijft wel in handen van illegale ondernemers. Regulering betekent dat er een (wettelijk) kader en een beleid ontwikkeld wordt rond de productie en distributie van drugs. Er bestaan verschillende modellen. Andere landen – zoals Uruguay, Canada en de Verenigde Staten – experimenteren voornamelijk met de regulering van cannabis om een alternatieve aanpak te ontwikkelen.

De organisatie SMART on Drugs pleit voor een andere aanpak waarin de gezondheid en het welzijn van mensen voorop staat. De decriminalisering van drugbezit voor persoonlijk gebruik is hierin een belangrijk speerpunt. Verder willen we dat ons land ook stappen vooruit zet en actief meedenkt over een deskundiger en effectiever drugbeleid.

Kunnen alle drugs gelegaliseerd en/of geregulariseerd worden? Is er geen een duidelijk verschil tussen cannabis en andere illegale drugs?

Deze vraag kan vanuit verschillende standpunten beantwoord worden. Cannabis verschilt van andere illegale drugs, omdat het veel meer gebruikt wordt, en bijgevolg beter bekend en aanvaard is onder de bevolking dan andere drugs, zoals cocaïne en heroïne, en omdat er reeds geëxperimenteerd wordt met de regulering van cannabis in andere landen (zoals de Verenigde Staten, Nederland en Uruguay). Uit deze beleidsexperimenten kunnen we leren wat de negatieve en positieve effecten van een andere aanpak kunnen zijn.

Cannabis verschilt niet van andere illegale drugs wanneer het gaat om de negatieve effecten van het huidige verbodsbeleid op de schadelijkheid van het product, en op de gezondheid en het welzijn van de gebruikers. Decriminalisering en een strenge regulering kunnen de omstandigheden waarin andere drugs gebruikt worden ook meer controleerbaar en veiliger maken. Rekening houdend met de objectieve schadelijkheid en risico’s van elk roesmiddel, moet worden bekeken welke vorm van regulering het meest wenselijk is.

Betekent de regulering en legalisering van drugs dat ze zomaar overal te koop zullen zijn?

Neen. Regulering en legalisering betekenen niet dat cannabis of andere drugs zomaar vrij te verkrijgen zijn in de supermarkt. Integendeel, regulering maakt het mogelijk dat de overheid kan controleren welke producten verkocht mogen worden (en onder welke vorm, en in welk type verpakking), wie  toegang tot deze middelen krijgt (bijvoorbeeld vanaf welke leeftijd, of onder welke voorwaarden), en waar het mag worden verkocht. Onder de huidige wetgeving beslissen criminelen daarover.

Is er geen groot risico dat mensen massaal drugs zullen gebruiken eens ze niet meer verboden zijn?

Veel mensen geloven nog dat een verbod op drugs ontradend werkt, maar vergelijkende studies van drugswetten over heel de wereld hebben aangetoond dat er geen enkel verband is tussen strengere strafwetten en een daling of stijging van het middelengebruik. Er is dus geen wetenschappelijk bewijs voor het idee waarop het huidige verbod is gebaseerd.

Als drugs niet meer verboden zijn, kan het gebruik ervan misschien wel toenemen, maar het beleid van Nederland (waar het bezit van cannabis legaal is) en Portugal (waar het gebruik van alle drugs sinds 2001 uit het strafrecht gehaald is) laten zien dat dit niet noodzakelijk het geval is. Het gebruik van cannabis in Nederland is vergelijkbaar met het Europees gemiddelde en in Portugal is het gebruik van eender welke illegale drug sinds 2001 niet toegenomen. Bovendien kan vooral problematisch gebruik beter beperkt worden door het verbod op te heffen omdat de kwaliteit van de producten beter gecontroleerd kan worden en mensen makkelijker de weg naar de hulpverlening vinden.

Kunnen we de strijd tegen illegale drugs niet winnen door nog meer middelen te investeren om dealers en gebruikers op te sporen en te bestraffen?

Het merendeel van het budget dat momenteel in het Belgische drugbeleid wordt gepompt, wordt besteed aan repressieve maatregelen tegen dealers en druggebruikers. Meer middelen en mensen voor een repressieve aanpak kunnen leiden tot een toename in de drugsvangsten en arrestaties, maar dit zijn geen indicaties van een succesvol drugbeleid waarin gebruik ontraden wordt en schadelijke gevolgen voor de gezondheid worden beperkt.

Wanneer het drugverbod niet afschrikkend werkt voor gebruikers, schrikt het zeker criminele organisaties niet af. Er zal steeds een drugsmarkt zijn; meer repressie verhardt deze markt en leidt ertoe dat criminele organisaties nog méér aangetrokken worden door de winsten. Ze worden ook gewelddadiger om hun marktaandeel te behouden en vechten territoriale conflicten uit met concurrerende clans of misdaadorganisaties. De kwaliteit van het product en de gezondheid van de gebruikers zijn voor hen van geen tel. We hebben deze strategie bijna 100 jaar uitgeprobeerd en ze werkt averechts. Dus is het geen tijd om ons belastinggeld nuttiger en effectiever te besteden?

Vraagt het reguleren van drugs veel financiële middelen?

Natuurlijk, elk beleid kost geld. De cruciale vraag is aan welk type beleid de overheid geld zou moeten spenderen: een beleid waarvan een groot deel van de uitgaven niet resulteren in de vooropgestelde doelen, of een beleid dat op basis van een grondige evaluatie deze pijnpunten wil bijsturen? Elk gezond bedrijf evalueert en stuurt zijn beleid toch ook tijdig bij om overeind te blijven? Bovendien kan een reguleringsmodel ook inkomsten genereren, via het heffen van belastingen op de legale verkoop van middelen. Die inkomsten kunnen dan weer worden ingezet voor preventie, hulpverlening, of handhaving van de regels.

Daarnaast gaat dit ook om de menselijke kost. Het huidig verbodsbeleid eist een hoge tol omdat het gebruikers onnodig stigmatiseert en hen blootstelt aan vermijdbare schadelijke gevolgen. Het verbod duwt gebruikers nog dieper in de problemen, op momenten dat zij vooral nood hebben aan ondersteuning en begeleiding. Het terugdringen van deze menselijke kost is eveneens cruciaal.

Zijn we als samenleving klaar voor een ander drugbeleid?

In heel wat landen groeit de steun voor een hervorming snel, zowel vanuit de bevolking als in politieke kringen. Daarnaast bestaan er ook heel wat burgerinitiatieven – waaronder Smart On Drugs en STOP1921 – die pleiten voor een andere aanpak. Voor politici is het niet steeds evident om een lans te breken voor een nieuw beleid, vooral wanneer het over een gevoelig onderwerp als ‘drugs’ gaat. Politici en beleidsmakers zijn belangrijke partners om concrete veranderingen door te voeren maar soms zijn ze zoekende naar dat draagvlak in de bevolking. Dan is het vooral belangrijk om hen dat draagvlak – samen met onze bezorgdheden – als burgers te laten zien. In België houden de meeste politici zich voorlopig op de vlakte over het drugbeleid; anderen pleiten voor een heruitgave van een strategie (de ‘war on drugs’) die we al vijftig jaar toepassen. Smart On Drugs en STOP1921 willen de stem vertolken van burgers die het thema wél op tafel willen leggen, die het failliet van de ‘war on drugs’ inzien, en die begrijpen dat een koersverandering dringend nodig is.

Gezondheid

Als we het aanbod van illegale drugs zouden reguleren, zullen we dan niet dezelfde gezondheidsproblemen veroorzaken zoals met alcohol en tabak?

Alcohol en tabak zijn inderdaad schadelijke producten. Belangrijk om weten is dat beide producten  gecommercialiseerd werden, met alle gevolgen van dien. Een legale markt voor roesmiddelen kan eruit zien als een commerciële, vrije markt, maar dat is niet noodzakelijk zo; er bestaan immers ook andere manieren om drugsmarkten te reguleren. Uit de commercialisering van alcohol en tabak zijn belangrijke lessen te trekken: ze wijzen ons op fouten die we met cannabis of andere roesmiddelen niet mogen herhalen. Een alternatief drugbeleid – dat werkelijk met de gezondheid van de bevolking bezig is – is beter niet gebaseerd op het vrijemarktmodel. Er zijn andere opties mogelijk waarin overheidsinstanties of non-profit organisaties de productie en handel organiseren, zodat het nastreven van zoveel mogelijk winsten geen rol kan spelen. Legaliseren en reguleren kan ook zonder dat een nieuwe commerciële industrie zich in de toekomst op cannabis en andere drugs stort.

Zullen we onze kinderen en andere kwetsbare groepen geen verkeerd signaal geven door drugs te legaliseren en reguleren?

Wanneer we naar de schadelijkheid van de producten kijken, dan zijn de schadelijkheid, de toxiciteit en de risico’s van alcohol vergelijkbaar met die van illegale drugs als cocaïne en heroïne van slechte kwaliteit. Toch zijn jongeren en volwassenen erg vertrouwd met alcoholgebruik. Veel mensen vinden dit klaarblijkelijk minder problematisch, en dat is onterecht, want het is even ongezond en riskant. Jongeren zijn nu eenmaal nieuwsgierig en velen experimenteren met illegale drugs. Het strafrechtelijk verbod heeft ook vandaag de dag zo goed als geen ontradend effect. Wel heeft het een stigmatiserend effect op mensen die drugs gebruiken, wat er toe leidt dat jongeren hun gebruik meer verborgen houden. U kan de vraag dus ook omdraaien, welk signaal geven we onze jongeren nu eigenlijk?

Verder bevordert het drugverbod op actieve wijze de marginalisering van kwetsbare mensen. Het is een beleid dat mensen die drugs gebruiken (en onder hen vooral de armen, vrouwen, jongeren en etnische minderheden) stigmatiseert en discrimineert. Ondanks het feit dat Belgen en mensen van allochtone afkomst ongeveer evenveel gebruiken, worden die laatste vaker gearresteerd, vervolgd en gevangengezet voor druggerelateerde inbreuken. Hoewel mensen in armoede niet meer kans lopen om cannabis te gebruiken dan de rest van de bevolking, lopen mensen in armoede toch grotere risico’s om schade te ondervinden van hun gebruik.

Tevens kan de overheid het geld dat nu in repressie gestoken wordt, investeren in een preventief beleid. In preventie worden vandaag amper middelen geïnvesteerd. Nochtans toont wetenschappelijk onderzoek aan dat elke euro die aan preventie besteed wordt, zichzelf meermaals terugverdient. Het geld dat we nu aan repressieve tactieken spenderen, kunnen we beter investeren in goede overheidscampagnes (die wijzen op de gevolgen van gebruik) en gerichte preventie-projecten.

Ontkennen we het gevaar van illegale drugs niet wanneer we het zouden legaliseren en reguleren?

Niemand zal betwisten dat drugs schadelijk kunnen zijn. Drugs gebruiken is nu eenmaal een vorm van ongezond gedrag. Het is een misverstand dat de regulering van drugs neerkomt op het aanmoedigen van druggebruik. We reguleren tabak, maar we moedigen het roken toch niet aan? Integendeel, een beleid dat een grotere greep biedt op de beschikbare drugs, hun samenstelling, dosering, wijze van verkoop en hun consumenten, kan op een meer gerichte en correcte manier de bevolking informeren, zodat zij de risico’s van gebruik beter kan inschatten. De overheid zal een beter zicht krijgen op een fenomeen dat vandaag de dag vooral onder de radar wordt gehouden, en zij zal specifieke preventiecampagnes kunnen opzetten. Daarnaast kan de regulering van cannabis of andere drugs op langere termijn bijdragen tot een grotere openheid om het gebruik van roesmiddelen – en de risico’s die eraan verbonden zijn –  bespreekbaar te maken. Ieder mens maakt zijn eigen keuzes (ook als het op druggebruik aankomt), maar het is belangrijk dat iedereen toegang heeft tot correcte informatie, zodat men zijn keuzes weloverwogen kan maken.

Waarom zouden drugs in een gereguleerd systeem gezonder zijn?

Omdat we kennis en controle zouden hebben over de samenstelling van de drugs, hun dosering en hun productieproces. Bovendien kan er geëxperimenteerd worden met de stoffen in de producten, bij cannabis kan bijvoorbeeld het THC-gehalte (een component dat psychotische effecten kan uitlokken) verlaagd worden en het CBD-gehalte (een component die beschermt tegen dergelijke effecten) verhoogd worden. Drugs zullen altijd gebruikt worden en nooit gezond zijn. Een gereguleerd aanbod kan de gezondheidsrisico’s en schadelijke effecten zo veel mogelijk beperken, en dat is vandaag de dag geen prioriteit voor de criminele organisaties die zich met de productie en verdeling van drugs inlaten.

Een beleid waarin drugs niet illegaal zijn, laat ook toe dat er meer wetenschappelijk en klinisch onderzoek kan verricht worden naar de samenstelling en variaties van de middelen, ook wanneer we de medicinale mogelijkheden van bepaalde drugs (zoals cannabis, LSD en MDMA) in beschouwing nemen.

Criminaliteit en veiligheid

Plegen druggebruikers meer criminaliteit dan niet-gebruikers? Zo ja, is dit geen argument om drugs niet te legaliseren en te reguleren?

Dit is een eenzijdig en vertekend beeld van een veelzijdige werkelijkheid. De grote meerderheid van de mensen die drugs gebruiken doen dit zonder zich – behalve met de aankoop en het bezit van de drugs – met criminele activiteiten bezig te houden. Daarnaast komt problematisch druggebruik vaker voor bij mensen die op andere vlakken kwetsbaar zijn, bijvoorbeeld wanneer er sprake is van armoede, discriminatie, slechte woonomstandigheden of dakloosheid en sociale uitsluiting. Belangrijk om weten is dat de politie meer mensen arresteert voor drugbezit en niet-gewelddadige drugovertreders bijgevolg ook vaker vervolgd en opgesloten worden dan andere groepen die drugs gebruiken. De meest kwetsbare groepen worden dus geviseerd, waardoor dit een vertekend idee geeft over de samenhang tussen criminaliteit en druggebruik. Tot slot stigmatiseert en marginaliseert deze aanpak vooral de mensen die het reeds moeilijk hebben. Deze aanpak zet gen zoden aan de dijk in situaties waar mensen vooral ondersteuning nodig hebben.

Is het toegenomen en meer enstige druggerelateerd geweld in Antwerpen dan geen argument om nét harder en repressiever op te treden?

Het toegenomen geweld kan gelinkt worden aan een repressiever beleid. Het vergroot voor criminele organisaties de risico’s van de drughandel waardoor voornamelijk zij die grotere risico’s durven nemen, blijven floreren. Tussen verschillende criminele bendes verhardt de onderlinge concurrentie en het geweld neemt zodoende toe.

Bovendien drijven deze gevolgen vaak de prijs van drugs op, waardoor de markt winstgevender wordt voor een kleiner aantal mensen dat gaandeweg hun macht vergroot. Massale arrestaties en drugsvangsten bieden dus eerder een vals gevoel van veiligheid. Terwijl politici gepercipieerd worden als mensen ‘die er iets aan doen’, wordt de markt in de praktijk weinig ontwricht en moedigt het vooral gevaarlijke spelers aan om de drughandel harder te voeren, want de vraag naar drugs blijft bestaan.

Zullen criminele bendes en dealers vrij spel krijgen wanneer we drugs legaliseren en reguleren?

De risico’s voor de gebruikers zijn net groter wanneer de drugs geproduceerd en verdeeld worden door criminele netwerken. Een verbod duwt de markt naar riskantere, sterkere – en dus duurdere en meer winstgevende – drugs; het leidt tot vervuilde producten met een onbekende sterkte, het moedigt risicovolle gebruikswijzen aan, het duwt het gebruik in onveilige settings, en dwingt mensen die drugs gebruiken om in contact te komen met een mogelijks gewelddadige criminele onderwereld.

Door de productie en verdeling van drugs te reguleren, ontneem je criminele bendes een lucratieve en interessante markt. Mensen die drugs gebruiken, zullen immers voor een veiliger, zuiverder en gecontroleerd aanbod kunnen kiezen. Dealers maken zich geen zorgen om de gezondheid van de bevolking. Wij wel.

Zullen criminele drugbendes en dealers blijven bestaan in een gereguleerde markt?

Dit is een terechte vraag. Een risico is bijvoorbeeld dat criminele organisaties een lagere prijs vragen zullen vragen dan courant in de gereguleerde markt om zo hun zaken voor te kunnen zetten. Hierbij kan de illegale markt inzetten op jongeren die geen drugs kunnen kopen via de reguliere markt en kwetsbare personen.  Net zoals bij alcohol en tabak, zien we dat jongeren ondanks de minimumleeftijd ook aan deze producten raken. De verkoop aan minderjarigen zal echter strafbaar blijven en doordat de markt inkrimpt, kunnen opsporingsopdrachten bovendien gerichter plaatsvinden. We beargumenteren niet dat repressie geen enkele nuttige functie heeft in een drugbeleid, maar wel dat repressieve maatregelen niet het belangrijkste uitgangspunt ervan mogen zijn, én zo min mogelijk gericht moeten zijn op druggebruikers. Daarnaast kunnen er specifieke beschermingsmaatregelen genomen worden naar deze groepen.

Een alternatief drugbeleid ontwikkelen is geen makkelijke opdracht, en het drugsfenomeen doen verdwijnen, is onmogelijk. Door middel van wetenschappelijk onderzoek, praktijkkennis en een constante evaluatie en verfijning zullen dergelijke vragen beantwoord moeten worden. Hoe dan ook, in het huidige verbodsbeleid worden jongeren minimaal beschermd omdat ze zich sowieso moeten wenden naar de illegale markt, het stigma hen veelal ontmoedigt om erover te communiceren en preventieve maatregelen minder effectief zijn.

Zullen drugbendes zich met andere criminele activiteiten bezig houden wanneer drugs gereguleerd worden?

De illegale drughandel is één van de meest lucratieve criminele markten die er momenteel bestaan. De winsten die hieruit gehaald worden, vloeien ook naar andere criminele handelscircuits (in wapens, in vrouwen, etc). De regulering van drugs zou een belangrijk onderdeel kunnen zijn van de ontwrichting van de illegale financiële stromen en georganiseerde criminaliteit. Een deel van de financiële middelen die nu aan repressie besteed worden in het drugbeleid, zou bovendien ook elders kunnen ingezet worden.

Bestaat er een groter risico dat meer mensen onder invloed van drugs zullen rijden wanneer hun gebruik niet meer verboden is?

Het rijden onder invloed van alcohol of andere drugs is terecht verboden, en moet dat ook blijven. Hier zijn publieke voorlichting en een effectieve wetshandhaving essentieel. In een gereguleerde markt wordt het onderwerp ook meer bespreekbaar dan het nu is, wat kan bijdragen tot de mentaliteitswijziging die reeds aanwezig wanneer het over alcohol gaat. Jongere generaties drinken bijvoorbeeld al minder achter het stuur in vergelijking met oudere generaties.

Internationaal

Zal België een land van het drugstoerisme worden als we drugs gaan reguleren?

In een model van regulering kunnen er systemen uitgedacht worden om drugtoerisme tegen te gaan. Zo kan men bijvoorbeeld enkel toestaan dat bepaalde middelen worden verkocht aan mensen die in België wonen. Daarnaast kunnen drugs in beperkte hoeveelheden en op beperkte tijdstippen aangekocht worden. Verder kunnen er nog steeds regels opgelegd worden omtrent het gebruik in de publieke ruimte.

Heeft het zin om in België een ander drugbeleid in te voeren wanneer dat niet gebeurt in andere landen?

Het klopt dat de illegale drughandel op wereldschaal plaatsvindt en een nieuw drugbeleid idealiter samen gevoerd wordt met andere landen. Op korte – en zelfs lange termijn – is het weinig realistisch dat dit gebeurt, omdat het thema zo gevoelig is en veel landen hierin hun eigen ontwikkeling moeten doormaken. Maar dit betekent niet dat we afhangen van dergelijke ontwikkelingen voor we iets kunnen ondernemen in België. Verschillende landen zoals de Verenigde Staten, Uruguay, Canada, Nederland en Zwitserland nemen het voortouw om pilootprojecten op te zetten en de opties van legalisering en regulering te onderzoeken op maat van de eigen regio of gemeenschap. Het feit dat het huidige drugbeleid zijn verwachtingen niet waar maakt, zal niet veranderen, dus waar wachten we nog op?

Kunnen we ons drugbeleid veranderen binnen de afspraken en wetten die we op internationaal niveau afgesproken hebben?

Zowel de Verenigde Staten, Canada als Uruguay hebben de cannabismarkten wettelijk gereguleerd, ondanks het feit dat ze de VN-drugsverdragen ondertekend hebben. Bovendien is de eensgezindheid over de wereldwijde ‘war on drugs’ afgezwakt binnen de hoogste organen van de VN. Er wordt op veel plaatsen gedebatteerd over een hervorming van het globale verbodsbeleid. Het klopt dat VN-lidstaten een hele resem aan belangrijke internationale verplichtingen hebben, maar ze hebben vooral een verantwoordelijkheid naar hun eigen burgers en het huidige verbodsbeleid veroorzaakt meer schade dan het voorkomt. Waar een wil is, is een weg, ook in onze complexe juridische wereld.

Bibliografie

Nutt D. (2012) Drugs – Without the hot air: Minimising the harms of legal and illegal drugs. UIT Cambridge, Cambridge.

Nutt, D. J., King, L. A., & Phillips, L. D. (2010). Drug harms in the UK: a multicriteria decision analysis. The Lancet, 376(9752), 1558-1565.

Levine, H. G. (2003). Global drug prohibition: its uses and crises. International Journal of Drug Policy, 14(2), 145-153.

Room, R., & Reuter, P. (2012). How well do international drug conventions protect public health?. The Lancet, 379(9810), 84-91.

Rollesargues, S. (2010). An alternative to the war on drugs. Bmj, 341, 127.

Godlee, F., & Hurley, R. (2016). The war on drugs has failed: doctors should lead calls for drug policy reform. BMJ: British Medical Journal (Online), 355.

Musto, C. (2018). Regulating cannabis markets: The construction of an innovative drug policy in Uruguay (Doctoral dissertation, Utrecht University).

Chatwin, C. (2018). Towards more effective global drug policies. Springer.

Werb, D. (2018). Post-war prevention: Emerging frameworks to prevent drug use after the War on Drugs. International Journal of Drug Policy, 51, 160-164.

Garat, G. (2016). Uruguay: A way to regulate the cannabis market. In Drug Policies and the Politics of Drugs in the Americas (pp. 209-226). Springer, Cham.

Hall, W. (2017). Alcohol and cannabis: comparing their adverse health effects and regulatory regimes. International Journal of Drug Policy, 42, 57-62.

Hall, W., & Lynskey, M. (2016). Why it is probably too soon to assess the public health effects of legalisation of recreational cannabis use in the USA. The Lancet Psychiatry, 3(9), 900-906.

Vander Laenen, F., De Ruyver, B., Christiaens, J. en Lievens, D. (2011), Drugs in cijfers III. Onderzoek naar de overheidsuitgaven voor het drugsbeleid in België, Gent, Academia Press, p 157

Siegel, R. K. (2005), Intoxication. The Universal Drive for Mind-Altering Substances, Vermont, Park Street Press.

Stichting Drugbeleid Nederland: https://www.drugsbeleid.nl/faq

Werb, D., Rowell, G., Guyatt, G., Kerr, T., Montaner, J., Wood, E. (2011), ‘Effect of drug law enforcement on drug market violence: a systematic review’, International Journal of Drug Policy, 22, 87-94.

Anthony, J.C. (2012), ‘Steppingstone and gateway ideas’, Drug Alcohol Depend, 123 (sup. 1), S99-S104.

Casselman, J. en Kinable, H. (2007), Het gebruik van illegale drugs. Multidimensionaal bekeken, Kortrijk-Heule, Uitgeverij UGA.

van Amsterdam, J.G.C., Opperhuizen, A., e.a. (2009), Ranking van drugs. Een vergelijking van de schadelijkheid van drugs, Amsterdam, RIVM.

De Grauwe, P., De Corte, T. en Tytgat, J. (2016), Cannabis onder controle. Hoe?, Leuven, LannooCampus.

Cabral, T.S. (2017), ‘The 15th anniversary of the Portuguese drug policy: Its history, its success and its future’, Drug Science, Policy and Law, Sage, 3(0).

Jensen, E. L., Gerber, J., & Mosher, C. (2004). Social consequences of the war on drugs: the legacy of failed policy. Criminal Justice Policy Review, 15(1), 100-121.

Reinarman, C., Cohen, P.D.A. en Kaal, H.L. (2004), ‘The limited relevance of drug policy: cannabis in Amsterdam and in San Francisco’, American Journal of Public Health, 94(5), 836-842.