Heidi’s verhaal

 

Ik leerde Bram kennen toen we nog heel jong waren, in een café waar drugsgebruik eigenlijk gewoon deel uitmaakte van het leven. Toen stond ik daar niet bij stil. Iedereen deed wel iets, het hoorde erbij. Achteraf besef ik hoe naïef ik daarin was, want Bram was op dat moment, buiten mijn weten om, ook al verslaafd. De ernst hiervan kon ik toen nog niet inschatten.

Doorheen de jaren bleef Bram in en uit mijn leven komen. Op een bepaald moment zijn we gaan samenwonen en heb ik hem van dichtbij meegemaakt. Wat voor mij altijd centraal stond, is dat ik hem nooit herleid heb tot zijn verslaving. Voor mij was hij in de eerste plaats een warme, respectvolle vriend. Iemand met waarden. Iemand die mij nooit bestolen of bedrogen heeft. Ik heb hem daarom ook nooit veroordeeld, maar geprobeerd om er gewoon te zijn. Ik was vaak zijn opvangnet, iemand die hij kon bellen als het moeilijk ging.

De jaren die erop volgden waren een voortdurende beweging tussen hoop en herval. Er waren periodes waarin het goed ging, waarin hij probeerde om zijn leven op orde te krijgen, werkte, plannen maakte. En dan waren er momenten waarop hij terugviel, zich meer en meer isoleerde en verdween in zijn gebruik. Die onrust was er altijd. Tegelijk bleef ik hem zien zoals hij voor mij was: niet “een junk”, maar Bram.

Wat ik nu veel duidelijker zie, is hoe onveilig alles eigenlijk was. Als hij gebruikte, moest dat stiekem. In toiletten, op plekken waar niemand hem zag. Er was schaamte, geheimhouding. Soms verdween hij gewoon en wist ik niet waar hij was of wat hij nam. Dat maakte het voor mij als naaste ook heel zwaar: je leeft constant met bezorgdheid, zonder grip.

In de laatste periode van zijn leven zag ik hem verder wegzakken. Hij trok zich steeds meer terug, zat vaak alleen op zijn kamer. Ik voelde dat ik hem aan het verliezen was, nog voor hij er echt niet meer was. Dat is voor mij het moeilijkste, het gevoel dat ik hem twee keer heb verloren.

Als ik nu terugkijk, besef ik hoe weinig er eigenlijk was om hem echt te helpen op een manier die aansloot bij zijn realiteit. Alles zat in een kader van controle, afbouwen, stoppen. Maar wat er niet was, waren veilige manieren om met gebruik om te gaan. Geen plekken waar hij zonder schaamte terecht kon. Geen zekerheid over wat hij nam. Alles gebeurde in de marge.

Mijn kijk op drugbeleid is daardoor veranderd. Waar ik daar vroeger niet mee bezig was, zie ik nu hoe tegenstrijdig het systeem is. Alcohol en andere middelen zijn vrij beschikbaar, terwijl mensen zoals Bram in de illegaliteit worden geduwd. Dat zorgt niet voor minder gebruik, maar voor meer risico’s, meer schaamte en meer isolatie.

aa
“Ik denk niet dat een ander beleid alles had opgelost. Verslaving is complex.
Maar ik ben er wel van overtuigd dat het een verschil had kunnen maken.”

aa

Als hij zijn gebruik in een veilige, gecontroleerde omgeving had kunnen doen, als er openheid was geweest in plaats van verborgenheid, dan had dat hem misschien meer rust en stabiliteit gegeven.

Voor mij is het duidelijk: het huidige beleid heeft hem niet beschermd. Integendeel. We hebben mensen zoals Bram kwetsbaarder gemaakt dan nodig was. Een menselijker en wetenschappelijk onderbouwd beleid, dat inzet op veiligheid en begeleiding in plaats van straf en schaamte, had zijn leven misschien niet volledig gered, maar het had het wel menselijker kunnen maken.