Peters verhaal
Als politieambtenaar hoorde ik de wet te gehoorzamen en te handhaven. Het bezit en gebruik van drugs is strafbaar, dus samen zijn met mijn broer Tom was altijd erg verwarrend voor me, omdat ik zo werd geconfronteerd met de tegenstrijdigheden van het drugbeleid. Moest ik in de eerste plaats politieambtenaar zijn (wat je zogenaamd 24 uur per dag bent), of moest ik zijn broer zijn?
Ik was toen een lafaard. Ik stelde mijn job boven mijn broer. We konden nooit een normale relatie hebben, omdat ik de perfecte politieambtenaar wilde zijn en hij vaak een bedreiging vormde voor mijn carrière. Als toenmalig commissaris in Antwerpen werkte ik op een boogscheut van het De Coninckplein, de plek waar Tom zwaar verslaafd en dakloos rondging. Regelmatig kreeg ik telefoon van collega’s die hem hadden opgepakt. Uit angst om mijn ambt te beschamen, deed ik soms alsof ik hem niet zag zitten. Ik durfde zelfs een geplande ontgiftingsreis naar Thailand niet door te zetten, bang dat hij op Zaventem met drugs betrapt zou worden en mijn naam zou besmeuren.
aa
“Ik was getraind om de maatschappij te redden, maar mijn eigen broer liet ik achter.”
aa
Mijn familie reageerde op dezelfde manier; zij dachten ook aan mijn carrière en zouden zich waarschijnlijk anders tegenover mijn broer hebben opgesteld als ik geen politieambtenaar was geweest. Door mijn werk had ik het gevoel dat mijn handen gebonden waren. Ik zou me nu niet meer zo gedragen. Nu zou ik uit die combi stappen, in uniform een ‘klapke’ met hem doen en samen een koffie drinken. We waren immers allebei gevlucht uit dezelfde onveilige, onrustige thuissituatie. Ik vond mijn redding en kicks in de discipline van het leger en de politie; Tom zocht zijn kicks in de roes van cannabis en heroïne. Ik was getraind om de maatschappij te redden, maar mijn eigen broer liet ik achter.
Hoe verder je je nek uitsteekt, hoe meer mensen klaarstaan om je hoofd eraf te hakken. Dat is overal zo, zeker als korpschef. Maar nu ben ik bereid om openlijk vraagtekens te zetten bij de destructieve ‘war on drugs’. Sinds de nacht in juli 2006 dat Tom op 27-jarige leeftijd stierf aan een bewust genomen dodelijke cocktail, is mijn knop omgedraaid. Het repressieve beleid dat ik professioneel uitdraag, heeft voor hem voor geen meter gewerkt.
Als Tom betere toegang had gehad tot ‘harm-reduction’-initiatieven, zoals de medische heroïnebegeleiding in Zwitserland, en niet als crimineel was bestempeld, had hij er vandaag misschien nog kunnen zijn. Dit pijnlijke proces van twintig jaar schuldgevoel en het leggen van de puzzel in mijn hoofd, heb ik destijds neergeschreven in mijn boek ‘Broers waren we’. Dit verhaal is inmiddels ook verfilmd in de indringende bioscoopfilm ‘Clean’ van Koen Van Sande. Hoewel ik de film eerst niet wilde, hoop ik nu dat het politici dwingt om uit hun tunnelvisie te stappen. Repressie lost het probleem niet op; we moeten de illegale markt overnemen via een wettelijke regeling en verslaafden in de eerste plaats blijven zien als mensen, niet als uitschot.