14 jaar Antwerpse war on drugs: als de remedie niet werkt, verhogen we toch gewoon de dosis

De Antwerpse politie wil voortaan mensen die bekendstaan als overlastplegers sneller bestuurlijk aanhouden, ook als zij niets verkeerds doen. De nieuwe term ‘claimers’ – geen duidelijk juridisch begrip – moet legitimeren dat de politie iemand van zijn vrijheid berooft, puur op basis van wat ze over hem denkt te weten.

Wie de Antwerpse war on drugs heeft gevolgd, herkent het patroon: wanneer repressieve maatregelen onvoldoende effect sorteren, leidt dat niet tot het ter discussie stellen van de strategie. De conclusie is dat er nog harder moet worden opgetreden. Meer politie! Meer controles! En nu dus ook: het uitdeinen van politionele bevoegdheden.

De georganiseerde drugscriminaliteit wordt almaar onbeheersbaarder, dus hebben politie en justitie meer bevoegdheden nodig. Er worden meer drugs ingevoerd, dus moeten de controles omhoog. Het drugsgeweld neemt toe, dus moeten we repressiever optreden. Dat die repressie zélf aan de dynamiek van de illegale markt bijdraagt, wil men niet zien.

Nochtans is daar al jaren wetenschappelijke evidentie voor. Wanneer dealers of criminele netwerken worden uitgeschakeld, slinkt de vraag naar drugs niet. De hoge winstmarges lokken andere spelers. Repressie leidt tot geografische verschuivingen of gedaanteveranderingen, maar niet tot het krimpen van de drugsmarkt. Politieactiviteit is bovendien geen beleidssucces. Recordvangsten en spectaculaire operaties tonen vooral wat politie en justitie dóén. Andere vragen zijn relevanter: is de Antwerpse drugsmarkt kleiner geworden? Zijn criminele organisaties minder machtig? Belanden minder mensen op straat en in de drugsmiserie?

Die problemen komen niet uit de lucht vallen. Conflicten over schulden, territorium en marktaandeel worden met intimidatie en geweld beslecht. Repressie leidt niet tot een structurele ontwrichting van die markt, hooguit tot nieuwe opportuniteiten voor rivalen die strijden om marktaandeel.

Internationale wetenschappelijke reviews vinden weinig aanwijzingen dat intensievere drugshandhaving tot minder geweld leidt. In heel wat studies gaat sterkere repressie zelfs samen met meer geweld. Die kennis was ook beschikbaar toen Antwerpen veertien jaar geleden opnieuw inzette op een war on drugs. Toch doen de problemen van vandaag de Antwerpse korpschef besluiten dat wij nog niet hard genoeg zijn opgetreden.

Het vreemde is dat de aanhangers van de war on drugs beweren te weten dat die oorlog nooit te winnen is, en toch zijn ze nooit de verliezers. Als de drugsmarkt krimpt, heeft de repressie gewerkt. Als de drugsmarkt groeit, moeten we ze opvoeren. Recordvangsten bewijzen de slagkracht van politie en justitie, maar blijvende drugstoevoer bewijst hoe groot de dreiging is. Een beleidsstrategie die elke mogelijke uitkomst als argument voor haar eigen voortzetting gebruikt, is geen rationeel beleid meer, dat is een geloofssysteem.

De nieuwe maatregel past daar perfect in. Men wil mensen bestuurlijk arresteren zonder dat ze een strafbaar feit plegen of overlast veroorzaken. Maar de mensen die men viseert, hebben in de eerste plaats hulp nodig, geen politiecel. Het gaat vaak om mensen met drugsproblemen, psychische problemen, dak- of thuisloosheid of schulden. Hun gedrag kan hinderlijk of bedreigend zijn, maar twaalf uur opsluiting verandert niets aan die problemen. Of en hoe deze mensen via een bestuurlijke aanhouding naar de zorg worden toegeleid, daar heeft de Antwerpse korpschef niet over nagedacht. Als men mensen twaalf uur uit het straatbeeld haalt om ze daarna weer aan hun lot over te laten, bestrijdt men geen probleem. Men verplaatst het gedurende twaalf uur.

Ook los van het drugsdebat moet dit ons zorgen baren. In een rechtsstaat wordt iemand van zijn vrijheid beroofd om wat hij doet, niet om zijn reputatie, verleden of aanwezigheid op een politielijst. De bestrijding van drugscriminaliteit mag geen laboratorium worden waarin we politionele bevoegdheden oprekken die we elders ontoelaatbaar zouden vinden.

Buurtbewoners hebben recht op rust en veiligheid. Schaarse politie- en justitiemiddelen moeten worden ingezet waar ze aantoonbaar maatschappelijke schade verminderen: tegen geweldplegers, witwassers, corrupte structuren en criminele vermogens. En voor wie vooral zorg nodig heeft, moet de vraag niet zijn of we ze kunnen opsluiten, maar hoe snel we hen hulp kunnen bieden.

Wie dagelijks met drugsoverlast wordt geconfronteerd, mag terecht een veilige buurt eisen. Maar die bezorgdheid wordt in het politieke debat vaak vertaald in repressieve recepten, alsof bewoners maar één boodschap hebben: harder optreden. Opmerkelijk is dat de meest rationele voorstellen niet uit politieke of politionele hoek komen, maar van gewone burgers zelf. Zij pleiten voor hulp aan daklozen en mensen met drugsproblemen, aanspreekbare wijkpolitie en investeringen in de buurt. Zij onderkennen de grenzen van repressie.

Is het na veertien jaar Antwerpse war on drugs niet eens tijd voor een andere reflex? Wanneer een geneesmiddel na veertien jaar de patiënt niet beter maar zieker maakt, verhoogt een verstandige arts niet automatisch de dosis. Hij stelt de diagnose opnieuw.

Tom Decorte

Hoogleraar criminologie Universiteit Gent & SMARTonDrugs